Geen beter moment dan de aftrap van het nieuwe schooljaar om het te hebben over leren, in het bijzonder praktijkgericht onderwijs op de werkvloer. Want de weg van eerste werkervaring tot levenslang leren begint vaak precies daar: bij jongeren die in een bedrijf worden klaargestoomd voor een job. Sabrina Gutierrez Vidal, expert onderwijs bij mtech+, vertelt over de mogelijkheden voor ondernemingen en scholen om samen te bouwen aan het talent van morgen.
Werkplekleren versus duaal leren
Sabrina houdt zich bij mtech+ al drie jaar bezig met onderwijs in de brede zin. Duaal leren en werkplekleren vormen daarbij een belangrijk luik. “Het verschil tussen die begrippen is een semantische discussie en de termen worden vaak door elkaar gebruikt. Werkplekleren is in feite een verzamelnaam voor alle vormen waarin jongeren leren in een arbeidssituatie. Van bedrijfsbezoeken tot stages, zowel in het secundair als het hoger onderwijs.
Duaal leren zit aan het andere einde van het spectrum: het intensiefste, meest gereguleerde traject, met een opleidingsplan dat bedrijf en school samen opstellen. “Een stagiair brengt wat die op school heeft geleerd in een bedrijf in de praktijk. Bij duaal leren moeten jongeren nog verschillende competenties leren. Dat vraagt een grotere investering qua tijd en energie.”

Duaal leren is er trouwens niet alleen voor wie schoolloopt in het secundair onderwijs. Ook volwassenen kunnen instappen, via Syntra of een centrum voor volwassenenonderwijs (CVO). Goed om te weten: het diploma dat je via duaal leren behaalt, is evenveel waard als dat van het reguliere traject.
Springplank voor sterke leerlingen
Het beeld van duaal leren draagt nog de bagage van het vroegere leercontract mee. “Dat werd gezien als een finale halte: ‘We kunnen met jou niks meer aanvangen op school, dus we sturen je op leercontract.’ Dat beeld strookt niet met duaal leren. Het mikt vooral op sterke leerlingen die arbeidsrijp én arbeidsbereid zijn. Ze worden betaald door de werkgever, die daarvoor een Dimona-aangifte moet doen en toch pakweg duizend euro per maand kwijt is. En dan hebben we het nog niet over de kosten van de mentor die zo’n jongere moet begeleiden.”
Vroeger kregen zesdejaars arbeidsmarktfinaliteit een getuigschrift en pas na het zevende jaar een diploma secundair onderwijs. Sinds de recente hervorming is dat anders. “Een zevende jaar levert een beroepskwalificatie op, maar geen extra diploma meer. Daarom kiezen meer scholen ervoor om dat jaar duaal in te richten, als een zachte overgang naar de arbeidsmarkt. Leerlingen brengen al veel tijd door in een bedrijf, maar hebben nog altijd het vangnet van de school.”
Iedereen wint
Wat maakt leren op de werkvloer zo krachtig? Sabrina hoort het geregeld van leerlingen zelf. “Ze zeggen vaak: ‘hier is het voor écht, hier moet ik op tijd zijn, want anders heeft mijn collega een probleem.’” Een leerling omschreef het ooit zo treffend dat het Sabrina is bijgebleven: ‘Ik moet niet vragen of ik naar het toilet mag. Ik doe dat gewoon, want ze vertrouwen mij.’
Dat vertrouwen werkt in twee richtingen: een goede lasser wordt in een bedrijf een nóg betere lasser. “Bij Bilfinger zijn er leerlingen die zeven, acht lascertificaten halen. Dat zijn Europese standaarden die je niet zomaar haalt. Voor sterke leerlingen is duaal een manier om nog beter te worden, omdat ze te maken krijgen met dingen die een school nooit kan aanleveren.”
Een voorbeeld daarvan: up-to-date machines en recente technologie. “In een bedrijf werk je altijd met de nieuwste toestellen. Niet elke school kan zomaar zes CNC’s neerzetten. Ik ken een school die 800.000 euro kreeg om machines aan te kopen. Fantastisch natuurlijk, maar daar moet je dan wel 10 tot 15 jaar mee doen. Onderwijs kan de technologische evolutie niet constant bijbenen, en dat is ook niet erg: het is precies waar samenwerking met bedrijven relevant is.”


Zichtbaarheid voor bedrijven
Voor ondernemingen is duaal leren geen verplichting om iemand aan te nemen, maar het gebeurt wel vaak. In die zin is het indirect een manier om aan instroom te bouwen. Maar er speelt nog iets anders: bedrijven krijgen zelden de gelegenheid om te tonen wie ze zijn. “De grootste gemiste kans is dat leerlingen – en bij uitbreiding veel mensen – zich moeilijk een beeld kunnen vormen van wat onze sector inhoudt en allemaal kan. Daardoor laat je potentiële instroom liggen.”
Dat beeld bijstellen vraagt vooral: laten zien en laten beleven. “Je rijdt voorbij een grote fabriekshal en hebt geen idee wat er achter die muren gebeurt. Maar als je daar binnenstapt, word je van je sokken geblazen.”
Vorig jaar organiseerde mtech+ in Limburg een infodag voor ouders. “Die mama’s waren ongelooflijk onder de indruk van wat ze daar zagen. Onderschatting of een verkeerd beeld kun je alleen wegwerken door je deuren open te zetten.”
Je staat er niet alleen voor
Duaal leren vraagt tijd en engagement – daar moeten we geen doekjes om winden. “Je moet een mentor vrijmaken, die er zeker in het begin een groot deel van zijn tijd insteekt. Maar die investering loont al snel. Op een gegeven moment werkt een jongere goed mee en kent die de cultuur. Aan het einde van het traject heb je een nieuwe medewerker die het vak en het bedrijf door en door kent.”
Om bedrijven te ondersteunen, biedt mtech+ mentoropleidingen aan. Een erkend bedrijf duidt minstens één mentor aan. Die mag maximaal drie leerlingen tegelijk begeleiden en moet eenmalig een opleiding van twee dagen volgen – met levenslange geldigheid. mtech+ doet ook de erkenning van bedrijven via een plaatsbezoek. “We gaan met het bedrijf in gesprek en zoeken uit: is dit een veilige, kwaliteitsvolle werkplek? We laten bedrijven trouwens niet aan hun lot over. Ze krijgen een gids met de stappen die ze moeten volgen en tips voor mentoren.” Let wel: het is niet aan mtech+ om leerlingen te matchen met bedrijven – dat blijft de taak van de school.


Eerst een teen in het water steken
Wie nog twijfelt om meteen voluit te gaan voor duaal leren, kan kleinere stappen zetten. “Je organiseert bijvoorbeeld bedrijfsbezoeken, workshops of studiedagen. Je kan ook een casus geven aan een school of een wedstrijd op poten zetten. Al die zaken vallen ook onder de paraplu van werkplekleren. Soms is het net zo’n laagdrempelige stap die je nodig hebt om te starten.”
Ook aan de kant van de scholen groeit dat besef: ze beginnen alsmaar vaker met een stage vooraleer voor duaal te kiezen, gewoon om te zien of er een goede match is.
Samenwerking RTC’s en andere sectoren
mtech+ speelt vooral een faciliterende rol: scholen en bedrijven met elkaar in contact brengen, communiceren over duaal leren, en bemiddelen bij problemen. Regionale Technologische Centra (RTC’s) zijn belangrijke partners. “Zij hebben een korte lijn met scholen, wij met bedrijven. Als we samenwerken, ontstaat er een ecosysteem waarin je elkaar goed kan helpen.”
Ook met andere sectoren wordt intensief samengewerkt, met gezamenlijke sessies en gedeelde materialen. “Uiteindelijk hebben we een gemeenschappelijk doel: jongeren enthousiast maken voor technische beroepen. Samen zijn we sterker en slimmer.”
Advies voor twijfelende bedrijven
Wie als bedrijf nog twijfelt om te starten, hoeft niet meteen groots uit te pakken. Begin klein, bijvoorbeeld met een bedrijfsbezoek, en bouw daarna verder op naar een stage of een duaal traject. Zo groeit een jongere stap voor stap van een eerste werkervaring naar een medewerker die zich blijft ontwikkelen. En je bedrijf groeit mee, met talent dat je zelf hebt gevormd.